25
vr, sept
0 Nieuwe art.
Advertentie:

Nieuws
EARNEWALD - Op vrijdag 10 maart  a.s. organiseren het Lânboukundich Wurkferbân van de Fryske Akademy en het Fries Landbouwmuseum een lezing over circulaire landbouw. Inleider is Cees Meijles, die sinds 2008 werkzaam is bij provincie Fryslân als projectleider circulaire economie. De lezing is in het Fries Landbouwmusuem in Earnewâld. De aanvang is om 14:00 uur. Aanmelden kan op  www.aanmelder.nl/cir.

Een circulaire economie houdt de grondstoffen zoveel mogelijk in de kringloop en zet ze zodanig in dat er een zo groot mogelijke toegevoegde waarde wordt gerealiseerd, zonder schade aan te richten aan ecosystemen of aan mens of dier. Een circulaire economie draait op duurzame energie en heeft ook oog voor het behoud van biodiversiteit en het welzijn van alle levende wezens.

Willen we in Fryslân competitief blijven dan zal het niet langer voldoende zijn om de efficiency van productieprocessen (‘meer met minder’) te vergroten. Zowel aan de productie- als aan de consumptiezijde is het van toenemend belang om te gaan bewegen richting hoogwaardig hergebruik en substitutie van grondstoffen – met andere woorden, richting circulaire economie.

Verantwoord grondstoffenbeheer is niet alleen vanuit milieuoogpunt van belang, maar ook een belangrijke grondslag voor voorzieningszekerheid en economische groei. De provincie Fryslân werkt aan duurzaam grondstoffenbeheer onder de noemer Friese Grondstoffenagenda (FGA). De strategie is dat we samen met relevante ketenpartners zoeken naar synergie om het structureel verduurzamen van productieprocessen te versnellen.
Omdat er in onze provincie relatief veel biomassa wordt geproduceerd besteden we daar bijzondere aandacht aan binnen het project ´Mienskipsgrien´. We streven ernaar te komen tot een duurzame, zo hoogwaardig mogelijke conversie en toepassing van biomassa, die realiseerbaar is op lokale/regionale schaal. Bodemgezondheid speelt hierbij een sleutelrol. Hiermee kan de provincie Fryslân zich profileren bij de realisatie van de biobased- en circulaire economie, ten behoeve van het mkb en in samenwerking met uiteenlopende spelers in het veld.

Cees Meijles ziet de rol van de boer vooral in samenwerking met ´de keten´, het palet aan economische activiteiten binnen onze samenleving. De agrarische sector produceert veel biomassa, maar kan ook veel biomassa gebruiken. Dat is op termijn ook noodzakelijk om de bodem gezond te houden. We zien nu al akkerbouwgebieden waar het organische stof gehalte (o.s.) onder de 2% is gedaald, dit is min of meer dode grond.
Ook in de melkveehouderij lopen de o.s. gehaltes terug maar minder schrikbarend. Het gebruik van kunstmest is daar o.m. debet aan. De biomassaketen kan gesloten worden, het liefst zo lokaal mogelijk, om transport van biomassa naar grote verwerkings bedrijven, zoals composteer inrichtingen, verbrandings installaties en vergistings installaties, te beperken. Door het toepassen van biomassa op locatie kan werkgelegenheid worden gerealiseerd, belangrijk voor krimpgebieden, geld worden bespaard door minder biomassa af te laten voeren door bijv. Omrin, biodiversiteit en bodemvruchtbaarheid worden verbeterd.

Door het zogenaamd ´cascaderen´ van biomassa kan deze optimaler worden verwaard, waardoor deze ipv. een vaak negatieve waarde een positief verdienmodel kan opleveren. Denk bijv. aan het extraheren van hoogwaardige componenten als bioceuticals, neutraceuticals en pharmaceuticals uit biomassa, waaruit hoogwaardige en waardevolle producten, zoals medicijnen kunnen worden gemaakt. Maar ook het extraheren van eiwitten uit bijv. bermgras tbv. veevoerproductie, vezels en melkzuurverbindingen uit tomatenplanten voor papier- en bioplastic producten. Je zou bijv. kunnen denken aan het uitbesteden door gemeentes van het beheer van bermen aan agrariers. Als het maaisel snel wordt afgevoerd en verwerkt (eiwit er uit gehaald bijv.) blijft de kwaliteit behouden. Nu ligt het maaisel vaak lange tijd weg te rotten voordat het wordt opgehaald en gecomposteerd of vergist.
Ook kan biomassa via de Bokashi techniek geconverteerd worden in waardevolle bodemverbeteraars. Daar kan ism. een gemeente een agrarier een belangrijke rol spelen. Het zijn maar een paar voorbeelden van hoe de agrarische sector een veel belangrijkere rol in de biomassa keten zou kunnen gaan spelen. Momenteel is de focus erg op duurzame energie gericht, co-vergisting, mono-vergisting, mestraffinage. Het is jammer dat geen enkele state-of-the-art verwerkingsmethode (verbranden, vergisten, composteren) economisch interessant is, bij elke verwerkingsvorm moet er geld bij, in de vorm van subsidie, reinigingsheffing, belastingvoordelen etc. Hetzelfde geldt voor rwzi´s. Daar wordt nu gewerkt aan de transitie van energieleverancier (vergisting) naar grondstoffenfabriek, met een veel positiever economisch beeld.
Advertentie