14
di, juli
5 Nieuwe art.
Advertentie:

Overige sporten
SUMAR. Ik ben een wielerliefhebber. Vroeger, toen er nog een paar handenvol criteria, u weet wel, de befaamde 'rondjes om kerk en kroeg', in Friesland waren, ging ik zo veel mogelijk kijken en zo rolde ik in dat fascinerende wielerwereldje en zo werd ik liefhebber. En dat ben ik nog, al is een groot gedeelte van mijn aandacht nu gericht op de televisieuitzendingen van klassiekers en grote ronden. Maar dan wel op de Belgische televisie, Canvas en Sporza. Niet omdat ze daar harder fietsen, maar om Wuyts en De Cauwer.

Een illuster duo
Wielercommentator zijn voor de tv is een vak apart, dat moet je kunnen en er zijn maar weinig sportcommentatoren die dat goed kunnen. Wij hadden in ons land Jean Nelissen en Mart Smeets, maar mijn voorkeur ging al heel snel uit naar het Belgische koppel Michel Wuyts en José de Cauwer. In de koers zou je ze een tandem noemen, ze zijn complementair, ze vullen elkaar niet alleen aan, ze versterken elkaar ook. En dat terwijl ze eigenlijk toch beiden hun eigen specifieke rol blijven spelen. Wuyts is de baas, al zal hij dat nooit toegeven, daar is hij te eigenwijs voor, ik weet niet wat hij vroeger gedaan heeft, maar ik heb een donkerbruin vermoeden dat hij schoolmeester is geweest, dat zijn vaak van die eigenwijze en eigenzinnige types weet ik uit langjarige ervaring... Maar qua kennis van de stiel, het Vlaamse woord voor vak, is De Cauwer de betere, in het kaatsen zou je het beschrijven als 'hy slacht foar bêst op'. Dat kan hij ook, want hij is zelf profwielrenner geweest en daarna ook ploegleider. Maar met z'n tweeën vormen ze een illuster duo, onovertroffen in het wielerwereldje. Zo chauvinistisch als de pest en het is werkelijk vermakelijk en soms zelfs hilarisch hoe ze bijvoorbeeld omgaan met de hegemonie van Mathieu van der Poel in het veldrijden. Ze erkennen als experts, want dat zijn ze, best wel de uitzonderlijke klasse van MvdP, maar eigenlijk zitten ze elke wedstrijd te wachten en stiekem te hopen op een uitglijder of, ach wat jammer, een leegloper of een schuiver van het Nederlandse fenomeen. Het is echt een feest om te horen hoe ze hun teleurstelling verbijten als die dekselse Nederlander wéér heeft gewonnen.

Vlaams
En dan die taal die ze gebruiken, dat sappige Vlaams met dat typische wielerjargon. Uitdrukkingen als 'verachteren, depanneren, er een snok aan geven, een waaier trekken, daar hebben andere talen eigenlijk geen woorden voor. Kritisch zijn ze ook, vooral op Nederland, waar volgens hen veel te veel verkeersremmers in de straten zitten. In België is dat allemaal veel beter geregeld. Het is echt een genoegen om die beide oudere mannen soms urenlang te horen volpraten tijdens soms ellenlange reportages van minder interessante etappes van de Giro, de Tour en de Vuelta. Maar de mooiste tweespraken komen voorbij in de uitzendingen over de Vlaamse wielerklassiekers, als het peloton over de Muur van Geraardsbergen wordt gejaagd, of over de Oude Kwaremont dan wel de Patersberg of de Bruine Put. Bij mij thuis wordt er naar uitgekeken, naar de allereerste klassieker, de Omloop van het Volk. Hij heet nu Omloop van het Nieuwsblad, bij ons thuis is het nog steeds Het Volk. Dat is een teken dat het voorjaar in aantocht is, ook al is het weer meestal bar en boos. Waar Wim Sonneveld in een van zijn conferences ooit de uitspraak deed 'was het alvast maar advent', klinkt bij ons regelmatig de verzuchting: 'was het maar vast weer tijd voor de Omloop'. Voor het begin van de lente, voor het wielrennen zelf en natuurlijk voor Wuyts en De Cauwer. Doodzonde dat we dat nu allemaal moeten missen, na de Omloop, Kuurne-Brussel-Kuurne en Parijs Nice is het stil gebleven in het peloton. En het kan ook nog wel even duren voor datzelfde peloton weer in actie komt. Ik, en ik weet zeker velen met mij, kijken er naar uit. Reikhalzend.

Binne Kramer

Advertentie