09
zo, aug
2 Nieuwe art.
Advertentie:

Sport
KOOTSTERTILLE. De meer dan 1500(!) deelnemers aan de Stertil Survival Run in en rond Kootstertille trokken zondag veel belangstelling. Het is dan ook een fascinerend gezicht om de deelnemers, onderverdeeld in leeftijd en in mate van gevorderdheid, te zien worstelen met hindernissen die je als 'gewoon' toeschouwer de haren te berge doen rijzen. "Jo moatte der mar nocht oan ha", aldus een toeschouwer die de leeftijd des onderscheids reeds lang had bereikt. Gelijk had hij, maar de deelnemers dachten daar heel anders over.


"Wat in moed"
Dat denk ik elke keer als ik naar een wedstrijd zit of sta te kijken zoals deze Stertil Survival Run. Het is een hardloopwedstrijd over een behoorlijk afstand, tussen een paar en dertien kilometer, waarbij het parcours is gelardeerd met een groot aantal hindernissen. En dan niet hier en daar een lullig slootje of een paar verdwaalde balkjes, maar serieuze obstakels waar de argeloze wandelaar zonder aarzelen omheen zou lopen. In Kootstertille maken ze van zo'n wedstrijd een compleet evenement met alles erop en eraan. Veel, ontzettend veel, ongelofelijk veel zou je kunnen zeggen, deelnemers in alle leeftijdsklassen in alle beschikbare gender-varianten en dan ook nog eens onderscheiden in variaties van 'absolute beginners', tot ervaren en door de wol geverfde oude rotten. Ziedaar het concept van een hele lange dag pure sport en dat dan, zo hopen organisatie en toeschouwers ten minste, onder het liefst apocalyptische omstandigheden. En dat laatste wil, zo in begin maart, opvallend vaak prima lukken. Regen, wind en kou, een ideale mix voor een geslaagde survival run. 'To survive' betekent niet voor niets overleven en je mag er zelfs Charles Darwin bij halen met zijn 'survival of the fittest'. Een survival run is wel degelijk een wedstrijd, er wordt op tijd gelopen, maar eigenlijk is het een duel met jezelf. Het komt aan op snelheid en kracht, fysieke kwaliteiten dus, maar ook en misschien nog wel meer, op mentale kracht. 'NOAD' was vroeger een 'ferneamde voetbalclub in Breda en die naam had prima, naadloos eigenlijk, gepast bij een suvivalclub: Nooit Ophouden Altijd Doorgaan. Zondag ben ik dus zoals inmiddels behoorlijk wat jaren daarvoor, gaan kijken bij de Stertil Survival Run in Kootstertille.

nat en koud
Als ik het Mounepaed in Sumar, het straatje waar ik woon, uitrij, spatten de eerste druppels op mijn voorruit aan stukken. Ja, hoor, regen en dat terwijl we gisteren nou net zo blij waren met een bijna droge dag en zelfs aardig wat zon. Aan de andere kant past dit wat herfstig aandoende weertype wel bij zo'n survival wedstrijd. Het is een beetje zoals veldrijden in België, slecht weer en waterplassen inclusief modder, maken van een zwaar parcours een extra zwaar parcours en eigenlijk vindt iedereen dat prachtig. Ik rij via Eastermar, it Wytfean en Drogeham naar de onderkant van de brug bij Kootstertille over het Margrietkanaal. Elke keer als ik hier kom bedenk ik dat mijn vader deze brug heeft gebouwd, dat was nog voor de oorlog. Nou ja gebouwd, zo'n brug bouw je niet alleen natuurlijk, maar hij had er een aandeel in, laat ik het maar zo zeggen, voor mij is het in ieder geval bijzonder. Toen was er nog geen sprake van survival runs trouwens. Ik word, als ik mijn camera laat zien, zonder probleem doorgelaten op het smalle weggetje naar de boorden van het kanaal waar, weet ik uit ervaring, een paar fotogenieke hindernissen zijn gebouwd. Daar maak ik alvast een serie foto's, moeilijk is dat niet, er komt een vrijwel ononderbroken stroom deelnemers langs en eigenlijk hoef je alleen maar te wachten op een leuke serie, de huidige 'motorduim' doet de rest. Zegt de benaming 'motorduim' u niets? Nou, vroeger moest je de film in de camera transporteren met je duim, later kwamen er motordrives, dan ging dat veel vlugger en tegenwoordig werk ik met een camera die tien(!) beelden per seconde kan maken. Ideaal voor sportonderwerpen kan ik u vertellen. Tegen het talud van de brug is een hindernis gebouwd waarbij de deelnemers in apenhang zich een weg naar boven moeten banen, loodzwaar en dat dan met koude en merendeels natte handen. Ik moet er niet aan denken. Trouwens ook niet aan de afdaling vanaf diezelfde brug, onder een kleed door en dan door een claustrofobisch ogende tunnel weer naar het daglicht. Op weg naar een enorm net dat gedeeltelijk over het niet bijster aanlokkelijke en zonder twijfel bitter koude water van het kanaal is gespannen. Langs de achterkant naar boven, dan over een armdikke balk en dan aan de voorkant weer naar beneden. Het doet me net even te veel denken aan de stormbaan op de kazerne in Ede waar ik het vaderland moest leren verdedigen. De wedstrijd is, als ik kom kijken, al in volle gang en wat mij eigenijk elke keer weer opvalt, is het heilige vuur dat het merendeel van de deelnemers uit de ogen straalt: ze zullen en moeten de finish halen en ze doen dit voor hun plezier nota bene!

evenwicht op gladde telefoonpalen
De laatste hindernis waar ik ga kijken, ligt aan de rand van het dorp, met uitzicht op een bejaardenflat. Mooi gesitueerd, dat wel, die bewoners hebben 'de hiele dei wille', ze zitten eerste klas, ze hebben in feite VIP-plaatsen. En dat kun je van de deelnemers niet bepaald zeggen. Ze moeten via een slingerend net naar de overkant van een vijver en dan even verderop weer terug naar de 'vaste wal' via een brug die bestaat uit twee naast elkaar liggende en gemeen gladde telefoonpalen. Het enige dat het leven voor hen een beetje veraangenaamt, is de blaaskapel die hun inspanningen met vrolijke muziek begeleidt. Dat misten wij vroeger op de stormbaan in dienst, het enige geluid dat in onze oren werd getoeterd, was de stem van de sergeant die ons uitschold voor 'slappe zakken' en dat was dan nog de minst erge benaming. Hier krijgen de deelnemers hun verdiende applaus en bovendien kunnen ze, als ze de overkant hebben gehaald, de finish al bijna zien en zeker al ruiken. En voor sommigen wordt dat, gezien hun lichaamstaal, de hoogste tijd. Want dit is een slopend gebeuren, het breekt je, zowel fysiek als mentaal. Elke keer als ik het zie, krijg ik meer bewondering voor de deelnemers en met name de jongste categorie. In het takenpakket van mijn tijd als schoolmeester nam lichamelijke oefening, zo heette dat toentertijd, een belangrijke plaats in, en apenkooi was daarvan de culminatie en die tak van sport, u kent het ongetwijfeld, had wel wat van een survival run, maar dan onder geconditioneerde omstandigheden: in een gymzaal en zonder allerlei natte toestanden. En dát was al slopend! Ik heb inmiddels meer dan genoeg, thuis bijkt eigenlijk véél meer dan genoeg, foto's om een indruk van deze happening te geven. En dus ga ik naar huis en bedenk onderweg in de auto dat alle deelnemers die de finish bereiken winnaars zijn. Ook al worden ze misschien in hun categorie 63ste of 127ste. Hulde!

Binne Kramer
Advertentie